Nieuwsberichten

25 november 2016 – WET DBA: IMPLEMENTATIETERMIJN VERLENGD EN HANDHAVING OPGESCHORT

Na uitgebreide kritiek heeft de Staatssecretaris van Financiën op 18 november jl. besloten om de handhaving van de Wet DBA niet op 1 mei 2017 in te laten gaan, zoals de bedoeling was, maar op te schorten tot tenminste 1 januari 2018.
 

Als reden voor deze opschorting noemt de Staatssecretaris de grote onrust en onzekerheid bij opdrachtgevers en opdrachtnemers. Hij wil die onrust en onzekerheid zo snel mogelijk wegnemen en vindt dat er eerst een aantal knelpunten nader bekeken moet worden en een aantal bestaande (wettelijke) begrippen herijkt moet worden. Daarmee hoopt de Staatssecretaris de termen “dienstbetrekking” en “ondernemerschap” beter te kunnen definiëren, uitleggen en toe te passen. De uitkomsten van de evaluatie van de commissie Boot van de Wet DBA worden in dit traject meegenomen. Deze commissie heeft nogal kritisch geoordeeld over de Wet DBA en de opstelling en werkwijze van de Belastingdienst m.b.t. de diverse modelovereenkomsten. Tegelijkertijd is de commissie Boot niet van mening dat de modelovereenkomsten zouden moeten worden geschrapt.
 

Nader onderzoek
 

In de komende periode zal in ieder geval gekeken gaan worden naar de volgende knelpunten:
 

  • De begrippen “gezagsverhouding” en “vrije vervanging” moeten herijkt gaan worden.

  • Een andere rol voor de Belastingdienst. Tot in ieder geval 1 januari 2018 zal de Belastingdienst niet handhaven. In plaats daarvan gaat de Belastingdienst een coachende rol vervullen richting opdrachtgevers en opdrachtnemers. Hoe deze rol wordt ingevuld is nog niet bekend.

  • Het meer mogelijk maken van uitzonderingen in de ketenbepaling in de Wet Werk en Zekerheid. Voor bijv. de omroep, kunst, media en cultuur sector. Overigens kunnen cao partijen nu ook al samen wijzigingen in de ketenbepaling aanbrengen als dat wenselijk of noodzakelijk is voor hun sector.

  • De algemene modelovereenkomsten krijgen een duidelijkere toelichting, evenals het gebruik daarvan en de wijze waarop de Belastingdienst hier tegen aan kijkt.
     

Het doel van deze maatregelen is dat opdrachtgevers minder krampachtig worden in het inhuren van ZZP’ers. De Wet DBA heeft een valide achtergrond en insteek, nl. het voorkomen dan wel beëindigen van schijnconstructies. Maar is hierin doorgeschoten. Hierdoor wordt aan de onderkant van de arbeidsmarkt te snel tot ondernemerschap geconcludeerd door de invulling van het begrip “vrije vervanging” (denk aan de postbezorgers). En aan de bovenkant van de arbeidsmarkt wordt te snel een dienstbetrekking aangenomen door de invulling van het begrip “gezagsverhouding” (denk aan consultants, interim-managers, etc.).

Wel handhaving bij kwaadwillenden
 

De Staatssecretaris maakt een duidelijke uitzondering op het niet-handhaven tot tenminste 1 januari 2018. De groep evidente kwaadwillenden zal wel degelijk worden aangepakt. Voor hen wordt het (repressieve) handhavingsbeleid niet opgeschort, maar zal in werking treden vanaf 1 mei 2017. De definitie die de Staatssecretaris geeft voor “kwaadwillende” is nogal vaag en zal ongetwijfeld tot discussie gaan leiden. De Staatssecretaris heeft hierover op 23 november jl. in de Eerste Kamer gezegd dat het niet mogelijk is om de definitie van een kwaadwillende in harde criteria op papier te zetten. Volgens hem gaat het hierbij slechts gaat om een beperkte groep bedrijven die met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt opereren.
 

Geen handhaving bij goedwillenden
 

Over het niet-handhaven bij goedwillende belastingplichtigen heeft de Staatssecretaris gezegd dat het in de huidige situatie niet past om alsnog repressief te handhaven en dat opdrachtgever en opdrachtnemer zich daar derhalve geen zorgen over hoeven te maken, mits ze goedwillend zijn. Overigens, lijkt dat laatste een nog betere bescherming te bieden dan de vroegere VAR. De VAR bood alleen de opdrachtgever vrijwaring en niet de opdrachtnemer. De uitspraak van de Staatssecretaris dat hij tot tenminste 1 januari 2018 niet terug gaat naar opdrachtgevers en opdrachtnemers, mits goedwillend, biedt in theorie een grotere vrijwaring.
 

Conclusies
 

Kort gezegd hebben opdrachtgevers en opdrachtnemers nu tot en met december 2017 de tijd om bestaande situaties tegen het licht te houden en hun overeenkomsten in orde te krijgen, als dat nog niet gebeurd zou zijn.
 

In de tussentijd gaat de Staatssecretaris van Financiën met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kijken naar de herijking van de begrippen gezagsverhouding en vrije vervanging. Dan moet ook duidelijk worden hoe de Belastingdienst kijkt naar de modelovereenkomsten en naar het gebruik daarvan in de praktijk.

Benodigde acties

Ondanks dit uitstel tot tenminste 1 januari 2018 kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers niet op hun lauweren rusten. Het blijft nog steeds belangrijk om de inventarisatie te doen van de huidige situaties en contracten. En waar nodig zal een aanpassing moeten plaatsvinden in de contracten en/of de feitelijke werksituatie om niet te kwalificeren als (fictieve) dienstbetrekking. Bij situaties die in het grijze gebied vallen zal veelal gewacht moeten worden totdat de Belastingdienst meer duidelijkheid geeft over de begrippen “gezagsverhouding” en “vrije vervanging”. Maar ook daar is het van belang al te inventariseren, eventuele problemen/risico’s te identificeren en voor zover mogelijk actie te nemen. Op die manier blijft in ieder geval de kwalificatie “goedwillend” van toepassing en zal (repressieve) handhaving achterwege blijven tot tenminste 1 januari 2018.

 

Voor vragen of meer informatie:

neem gerust contact op met Fabiënne Hol-van Goethem (fabienne@werque.nu of 06 22 89 39 26).


 

23 september 2016 – BELANGRIJKE PUNTEN UIT HET BELASTINGPLAN 2017

Op Prinsjesdag heeft het kabinet de Miljoenennota, het Belastingplan 2017 en nog enkele fiscale documenten aan de Tweede Kamer overhandigd. De hierin opgenomen voorstellen moeten uiteraard nog door de Tweede en Eerste Kamer, dus zijn nog geen wet. De fiscale wijzigingen zullen normaliter per 1/1/2017 in werking treden. Hieronder een korte samenvatting van een aantal belangrijke wijzigingen op het gebied van de loonbelasting, inkomstenbelasting, sociale verzekeringen en pensioen.

Loonbelasting

  • de fictieve dienstbetrekking van de commissaris wordt opgeheven. Dus de onderneming hoeft niet langer een loonadministratie voor de commissaris te voeren en loonheffing af te dragen. De commissaris wordt daar zelf verantwoordelijk voor. Hij/zij zal dus na afloop van het belastingjaar de commissarisbeloning in de aangifte inkomstenbelasting moeten verwerken en hierover op aanslag inkomstenbelasting, premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet betalen.
    Voor de buitenlandse commissaris met de 30% regeling levert dit een probleem op, omdat voor de toepassing van de 30% regeling een inhoudingsplichtige voor de loonbelasting verplicht is gesteld door de wet. Dat zou betekenen dat de 30% regeling niet meer zou kunnen worden toegepast. Dit kan worden opgelost door te kiezen voor “opting-in”: onderneming en commissaris melden bij de belastingdienst dat de onderneming wel als inhoudingsplichtige fungeert en dus loonheffing zal afdragen.
    Ook de commissaris zonder de 30% regeling kan met de onderneming kiezen voor “opting-in”: in dat geval verandert er dus niets en wordt loonheffing ingehouden en afgedragen.

  • de verlegging van de inhoudingsplicht bij concernonderdelen wordt uitgebreid. De voorwaarde dat het concernonderdeel moet bemiddelen, zal vervallen. Daardoor kan de inhoudingsplicht van elke buitenlands concernonderdeel naar het Nederlandse concernonderdeel worden verlegd. Wel moeten beide concernonderdelen schriftelijk om de verlegging verzoeken. Ingeval van uitzendingen van buitenlandse werknemers naar Nederland kan de Nederlandse groepsvennootschap nu dus zonder meer de inhoudingsplicht en alle daarmee samenhangende formaliteiten overnemen.

  • de mogelijkheid voor de belastingdienst om een jaarloonuitvraag te doen vervalt. Dat klinkt positief, maar kan ook negatieve effecten hebben bij eventuele correcties over oude jaren; daarvoor zal dan altijd een correctiebericht nodig zijn.

  • het gebruikelijk loon voor start-ups, die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en als starter kwalificeren voor de S&O afdracht, kan in principe op het wettelijk minimum loon gesteld worden.

  • de Wet Tegemoetkomingen Loondomein treedt per 1/1/2017 in werking (was al eerder goedgekeurd). Hierdoor kunnen werkgevers diverse loonkostensubsidies claimen.

  • de autobrief 2 wordt verder uitgewerkt: o.a. een verhoging van de bijtellingspercentages per 2017 en invoering van de zgn. “Tesla tax” (bijtelling van volledig elektrische auto’s alleen 0% tot cataloguswaarde van € 50.000, daarboven de normale bijtelling van 22%).

  • niet genoemd in de stukken wel in de Algemene Beschouwingen: moet de 30% regeling afgetopt gaan worden op de Balkenendenorm? Het kabinet vindt van niet (want niet goed voor het Nederlandse vestigingsklimaat), diverse politieke partijen vinden van wel. Die discussie zal ongetwijfeld een vervolg krijgen.

© 2020 Werque.nu

  • Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon
  • Black LinkedIn Icon

Proudly created with wix.com